Een SHL assessment is een online test van SHL, een van de grootste testuitgevers, in de browser via SHL TalentCentral. Bij starters- en professionele functies krijg je meestal een of twee van drie producten: de General Ability-test (Verify G+, 30 gemengde meerkeuzevragen in 36 minuten), de interactieve variant (tot 24 sleep- en tikopdrachten in 36 minuten) en de OPQ-persoonlijkheidsvragenlijst (104 blokken van drie uitspraken, zonder tijdslimiet, ongeveer 15–25 minuten). Hieronder: hoe elk onderdeel eruitziet, de valkuilen en eigen oefenvragen met uitwerking.
Kerngegevens
- Meet
- numeriek, deductief en inductief redeneren
- Items
- 30
- Tijd
- één klok van 36:00
- Antwoordvorm
- keuzerondjes, altijd 5 opties
- Terugknop
- nee
- Adaptief
- ja, volgens SHL
- Meet
- dezelfde drie
- Items
- tot 24
- Tijd
- één klok van 36:00, vooraf een tipsscherm
- Antwoordvorm
- inkleuren, slepen, kalenderdagen, grafieken
- Terugknop
- nee
- Adaptief
- volgens derden; niet bevestigd door SHL
- Meet
- 32 werkgerelateerde persoonlijkheidsschalen
- Items
- 104 blokken × 3 uitspraken
- Tijd
- geen limiet; SHL: 15–25 min
- Antwoordvorm
- 3 uitspraken rangschikken met twee klikken
- Terugknop
- ja
- Adaptief
- nee
Zo ziet de SHL test eruit
De meerkeuzeversie (Verify G+-stijl)
De test is één blok van 30 items zonder pauzes, met de typen door elkaar:
- Deductieve logica: een paar feiten, dan "Welke uitspraak moet waar zijn?" of "…kan niet waar zijn?".
- Verbale argumenten: welke aanname ligt eronder, of welke uitspraak versterkt het argument.
- Numeriek: verhaalsommen (procenten, groei, werktempo, marges) en tabellen of grafieken.
- Regel- en procesitems: genummerde stappen met een lus, dan "Welke startwaarde geeft het grootste resultaat?".
- Inductieve figuren: 3×3-matrices, reeksen van vormen, in sectoren verdeelde cirkels (zie abstract redeneren).
Bovenaan staat een groene aftelklok (35:59 bij item 1) met een groene balk die leegloopt; onderaan een teller ("0 of 30" … "30 of 30"). Tekstitems: stimulus links, vraag met vijf keuzerondjes rechts. Er is alleen een pijl vooruit en geen terugknop. Hoge tabellen moeten soms gescrold worden, en twee items kunnen dezelfde dataset delen. 36 minuten voor 30 items is 72 seconden per item; logica gaat in 30–60 seconden, dubbele tabellen kosten makkelijk twee minuten.
De interactieve versie (Verify Interactive G+-stijl)
Het tipsscherm (Duitse versie) zei onder meer: werkdagen zijn maandag tot vrijdag; in kalendervragen kies je maximaal 5 dagen; een taartpunt kan niet onder 5 %; er is geen terugblik aan het eind; de klok stopt niet als je wordt gebeld.
Daarna één klok van 36 minuten. De items volgen een vaste rotatie: inductief → deductief → numeriek:
- Inductief: een paar kleine figuren en een grote lege kopie die je inkleurt door te tikken; elke tik wisselt wit → groen → paars (gestippeld).
- Deductief: taken op een dagbalk van 9:00–18:00 slepen, rangnummers 1–6 aan personen toekennen, dagen kiezen op een kalender van 30 dagen.
- Numeriek: een taartdiagram verslepen, gestapelde balken instellen, punten op een lijn verplaatsen; bijna altijd één of twee lineaire vergelijkingen.
Tot 24 items in 36 minuten is ongeveer 90 seconden per item. Sommige data stonden in tooltips bij balken, en op één scherm stond de knop "Weiter" (verder) onder de rand.
De OPQ
De OPQ begon een paar minuten na de capaciteitentest. Elk van de 104 blokken heeft twee schermen: eerst "Welke uitspraak past het meest bij je?" met drie kaarten, dan dezelfde vraag voor de twee overgebleven kaarten. De kaart die je nooit kiest, telt als "minst". Geen klok, een voortgangsbalk van ongeveer 1 % per blok, en een terugknop. Meer in de gids over persoonlijkheidstests (Engelstalig).
Oefenvragen in SHL-stijl
Eigen vragen in SHL-format; probeer elk in 70 seconden.
1. Deductief: "Welke uitspraak moet waar zijn?"
Een kantoor van vijf verdiepingen (1–5) heeft één team per etage: Audit, Design, Juridisch, Personeelszaken en Sales. Design zit direct boven Juridisch. Juridisch zit niet op 1. Personeelszaken zit hoger dan Sales maar lager dan Audit.
(A) Sales zit op 1. (B) Audit zit op 5. (C) Personeelszaken zit direct onder Audit. (D) Juridisch zit op 3. (E) Design zit hoger dan Personeelszaken.
Antwoord: (A). Juridisch/Design kan op 2/3, 3/4 of 4/5. De drie overige etages krijgen Sales, Personeelszaken en Audit in oplopende volgorde: S1-J2-D3-P4-A5, S1-P2-J3-D4-A5 of S1-P2-A3-J4-D5. Sales zit in alle drie op 1; de andere opties zijn alleen in sommige indelingen waar.
2. Numeriek: procenten terugrekenen in de juiste volgorde
Een winkel koopt een lamp in, rekent 40 % marge en daarna 21 % btw. De klant betaalt €84,70. Wat betaalde de winkel? €40,15 / €50,00 / €52,61 / €60,50 / €70,00
Antwoord: €50,00. Draai de stappen om, van achter naar voren, door te delen: 84,70 ÷ 1,21 = 70,00 (zonder btw), dan 70,00 ÷ 1,40 = 50,00. De afleiders: €70,00 vergeet de marge, €60,50 vergeet de btw, €52,61 telt de procenten op (÷ 1,61) en €40,15 trekt procenten af in plaats van te delen.
3. Numeriek: aandelen van een veranderd totaal
Een marketingbudget van €80.000 per maand: Search 30 %, Social 25 %, Events 20 %, Print 15 %, Radio 10 %. Events wordt gehalveerd, de rest blijft gelijk. Welk percentage van het nieuwe totaal gaat naar Social? 25,0 % / 26,3 % / 27,8 % / 29,4 % / 31,3 %
Antwoord: 27,8 %. Events gaat van €16.000 naar €8.000, het nieuwe totaal is €72.000. Social blijft €20.000: 20.000 ÷ 72.000 = 27,8 %. De valkuil is 25,0 %, dat negeert dat het totaal kromp.
4. Regel en proces
Stap 1: tel 4 op. Stap 2: is het resultaat lager dan 20, ga terug naar stap 1; anders door naar stap 3. Stap 3: vermenigvuldig met 3. Stap 4: trek 10 af. Welke startwaarde geeft het kleinste resultaat? 1 / 2 / 3 / 4 / 5
Antwoord: 4. Reken alle vijf door: 1 → 21 → 53; 2 → 22 → 56; 3 → 23 → 59; 4 → 20 → 50; 5 → 21 → 53. Starten op 4 komt precies op 20 uit, de laagste waarde die de lus verlaat.
5. Interactief deductief: plan de dag
Je dag loopt van 9:00 tot 17:00 in stappen van 30 minuten. Bezet: 9:00–9:30, 10:30–12:30, 14:30–15:30. Plan: klantgesprek (1 uur, klaar vóór 12:00), budgetoverleg (2 uur), teamoverleg (30 min, na het budgetoverleg), verslag (1 uur, zo laat mogelijk).
Antwoord: klantgesprek 9:30–10:30, budgetoverleg 12:30–14:30, teamoverleg 15:30–16:00, verslag 16:00–17:00. Begin bij de strengste eis: de vrije gaten zijn 1 uur, 2 uur en 1,5 uur, dus het overleg van 2 uur past alleen om 12:30. "Zo laat mogelijk" zet het verslag aan het eind van de dag.
Valkuilen
- Stappen in de verkeerde volgorde terugrekenen. Eerst de laatste stap ongedaan maken, en delen in plaats van procenten aftrekken (vraag 2). In de echte test was één foute optie precies de omgekeerde volgorde.
- Een veranderd totaal. Verandert één post, dan veranderen alle aandelen. Het "ongewijzigde" percentage staat altijd tussen de afleiders.
- Data en drempels. Check elke voorwaarde (startdatum, minimum) per rij.
- Bijna gelijke opties. Schat om verre opties te schrappen, reken het nauwe paar exact.
- Wisselende getalnotatie. Eén Duits item gaf één optie met een punt en de rest met een komma. Lees de waarde, niet de opmaak; in het Nederlands geldt dezelfde komma als decimaalteken.
- Data die je niet ziet. Scroll hoge tabellen helemaal af en wijs in de interactieve versie balken aan.
- De tikcyclus. Eén tik te veel maakt van groen paars. Kijk naar de eindfiguur voor je verdergaat.
SHL assessment oefenen: plan van een week
| Dag | Focus | Tijd |
|---|---|---|
| 1 | Doe SHL's gratis oefentests voor de versie uit je uitnodiging (standaard of interactief) en noteer welk type je de meeste tijd kostte | 60 min |
| 2 | Deductief: 20 items "moet / kan niet waar zijn"; schrijf telkens de mogelijke indelingen uit | 75 min |
| 3 | Numeriek: procenten, terugrekenen, samengestelde groei, werktempo, aandelen; doel 60 s per item | 90 min |
| 4 | Inductief: matrices en reeksen; benoem de regel hardop voor je naar de opties kijkt | 75 min |
| 5 | Argumenten: aannames en versterkers, dan 15 gemengde items in 18 minuten | 75 min |
| 6 | Interactieve drills: planningen, rangordes, kalenders, grafieken met vergelijkingen | 60 min |
| 7 | Volledige proeftest: 30 items in 36 minuten, zonder terug te gaan; bespreek elke fout | 60 min |
Gebruik een laptop of desktop met muis, houd papier en rekenmachine klaar tenzij de uitnodiging iets anders zegt, en doe vooraf SHL's browsercheck. Plan voor de OPQ 25 rustige minuten.
Bronnen
- SHL, Verify G+ Test Fact Sheet (30 vragen, 36 minuten, adaptief)
- SHL-productcatalogus, Verify Interactive G+ (maximaal 24 vragen, 36 minuten plus instructie)
- SHL, oefentests voor kandidaten
- SHL, OPQ Product Fact Sheet (104 vragen, geen tijdslimiet, gemiddeld 15–25 minuten).pdf)
- Onrec, lancering OPQ in 31 talen

MSc Psychologie, 7 jaar tests maken.
Laatst bijgewerkt: Oct 1, 2026