Bij een test abstract redeneren (ook inductief, logisch of non-verbaal redeneren genoemd) zie je vormen die verborgen regels volgen. Jij vindt de regel en past hem toe: je kiest de roosters die eraan voldoen, maakt een matrix af, zet een figuurreeks voort of bouwt het volgende plaatje zelf. Werkgevers gebruiken deze tests omdat ze meten hoe snel je nieuwe patronen leert. In Nederlandse capaciteitentests heet dit onderdeel vaak figuurreeksen of matrices. In 2026 kwamen vier heel verschillende formats voor, van 6 seconden tot ruim een minuut per opgave; hieronder vind je ze allemaal, met de vaste regels en eigen oefenopgaven.
Kernfeiten
- Kies-twee-roosters
- Aon scales clx: één blok van 6:00, 57 opgaven bereikt, kies 2 van 4
- 4×4, meer regels
- eligo PERLS: 14 opgaven met 1:00 per opgave, 1 van 6 tegels
- 4×4, open vakje
- cyquest Culture-Fair-Test: 14 opgaven in 10:00, 1 van 8, A–H
- Plaatje bouwen
- Arctic Shores Rätsel: 1 oefenpuzzel + 17 puzzels, geen afteltimer
- Andere formats
- vreemde eend, sorteren, figuurreeksen; meestal 5–12 min per test
- Adaptief
- nee, vaste opgavensets
Geen van de geziene tests was adaptief. De versies waren Duitstalig of Engelstalig, maar hier is alleen de instructie tekst.
Wat is abstract redeneren?
Abstract redeneren is het vermogen om in onbekende informatie patronen en regels te ontdekken en die toe te passen op een nieuw geval, zonder te leunen op taal of op wat je al weet. Je krijgt geen kennisvragen, alleen vormen, kleuren, posities en aantallen. Werkgevers testen het omdat het voorspelt hoe snel je nieuwe taken leert, en omdat ze zo kandidaten met verschillende moedertalen en studierichtingen eerlijk kunnen vergelijken. In Nederlandse testbatterijen heet het figuurreeksen, matrices, "logisch redeneren" of "inductief redeneren"; de regels eronder zijn grotendeels hetzelfde.
Zo zien de vier formats eruit
Kies-twee-roosters (Aon scales clx)
Links staan twee 3×3-voorbeeldroosters die een regel volgen; rechts kies je de twee van vier roosters die dezelfde regel volgen. Elk vakje bevat een van vier symbolen (cirkel, driehoek, kruis, vierkant) met een vaste kleur. Er is alleen een countdown van 6 minuten: ongeveer 6 seconden per opgave, en terug kan niet. De meest voorkomende regel is een aantal; andere zijn gelijke kolommen of rijen, diagonalen, hoeken en symmetrie na een draai van 180°.
4×4-matrices met meerdere regels (eligo)
Een 4×4-matrix met één ontbrekend vakje ergens (niet altijd rechtsonder) en zes antwoordtegels in een blok van 2×3 ernaast. Elke opgave heeft een eigen countdown van 1:00. Twee of drie onafhankelijke regels per matrix, vaak in verschillende richtingen: optellen, XOR, doorsnede, Latijnse vierkanten, groottecycli en rotaties. De opties verschillen meestal in één klein hoekje, en bij sommige venstergroottes staat de onderste rij tegels onder de vouw.
4×4-Culture-Fair-matrices (cyquest)
Een 4×4-raster waarin het vakje rechtsonder ontbreekt, met acht opties A–H in twee rijen eronder. De instructie komt neer op: vind de regel en zet hem voort. Eén timer van 10 minuten voor 14 opgaven, ongeveer 43 seconden per opgave. Geziene regels: kleurpermutaties, spiegelen, draaien over 45° met per rij wisselende richting, vakjes over elkaar leggen, aantallen optellen en volledige sets per kolom in plaats van per rij.
Bouw het volgende plaatje (Arctic Shores)
Drie plaatjes staan van links naar rechts, het vierde is leeg. Je bouwt plaatje 4 met een werkbalk: vier vormknoppen (die per puzzel wisselen), vijf vaste vulpatronen, een draaiknop (stappen van 45°), een knop voor de grootte en een raster van 3×3 posities. Een stopwatch-icoon loopt vol, maar er is geen afteltimer in cijfers en geen feedback. Regels: kleurcycli, groeien en krimpen, rotatie, bewegen langs de rand, afwisseling en elke stap één element erbij. De moeilijkheid loopt op van één regel tot drie of vier regels tegelijk.
De regelchecklist
Bijna elke opgave in elk format is gebouwd uit dezelfde kleine set regels. Leer ze in een vaste volgorde te testen.
| Regel | Vraag jezelf af |
|---|---|
| Aantal | Hoeveel van elk element? Is de verdeling vast (6+1+1+1, 4+2+2+1)? Telt een aantal op over een rij? |
| Positie | Is een kolom, rij, diagonaal of hoekset gelijk? Schuift een element telkens één stap op? |
| Symmetrie | Spiegeling links–rechts? Ongewijzigd na een draai van 180°? |
| Rotatie | Draait een element 45° of 90° per stap? Wisselt de richting per rij? |
| Overleggen: optellen | Is het laatste vakje de eerste drie op elkaar? |
| Overleggen: XOR | Verdwijnen elementen die twee keer voorkomen? |
| Overleggen: doorsnede | Blijven alleen de elementen over die overal voorkomen? |
| Latijns vierkant | Komt elke kleur, vorm of positie één keer per rij en één keer per kolom voor? |
| Groottecyclus | Klein → middel → groot, en dan weer klein? |
| Afwisseling | Zijn plaatje 1 en 3 gelijk, zodat plaatje 4 plaatje 2 is, één stap verder? |
Werk één kenmerk tegelijk af en controleer een regel op een hele rij en een hele kolom.
Abstract redeneren oefeningen met uitwerking
Alle opgaven zijn eigen werk. Roosters staan rij voor rij. C = cirkel, D = driehoek, K = kruis, V = vierkant.
1. Kies-twee-roosters
Voorbeeld 1 Voorbeeld 2 A B C D V C V K D K D V D C K C K V C V K V D K C C V C C K V V C D D K D K D C V D V K C K D C D C D V C V K V C V
Antwoord: A en D.
- Aantallen: voorbeeld 1 is 4+2+2+1, voorbeeld 2 is 4+3+1+1, dus de regel is geen aantal.
- Positie: in beide voorbeelden staat in alle vier de hoeken hetzelfde symbool.
- A (driehoeken) en D (vierkanten) voldoen. B heeft één vierkant tussen drie cirkels; C heeft kruisen op één diagonaal.
2. 3×3-matrix
kolom 1 kolom 2 kolom 3 rij 1 cirkel (1) vierkant (2) driehoek (3) rij 2 vierkant (2) driehoek (3) cirkel (4) rij 3 driehoek (3) cirkel (4) ?
Het getal tussen haakjes is het aantal stippen in de vorm.
Opties: A vierkant (4) · B vierkant (5) · C driehoek (5) · D cirkel (5) · E vierkant (3) · F vierkant (6)
Antwoord: B.
- Elke vorm komt één keer per rij en één keer per kolom voor, dus de ontbrekende vorm is een vierkant.
- Het aantal stippen is rij + kolom − 1. Rij 3, kolom 3 geeft 5.
3. 4×4-matrix met XOR (ontbrekend vakje binnen het raster)
Elk vakje is een vierkant met stippen in sommige hoeken: LB (linksboven), RB (rechtsboven), LO (linksonder), RO (rechtsonder).
kolom 1 kolom 2 kolom 3 kolom 4 rij 1 LB RB LB LO RB LO rij 2 RB RO RO LB LB RB rij 3 LO ? LB RB RB LO RO rij 4 LB RB RO RB LO RO LB LO
Opties: A LB RO · B LB · C RO · D LB RB RO · E RB LO · F LB LO RO
Antwoord: A (LB en RO).
- Rij 1: optellen zou LB RB LO geven, maar kolom 4 toont RB LO. De dubbele LB is weg, dus de regel is XOR: een stip blijft alleen bij een oneven aantal.
- Rij 2: RB RO + RO + LB geeft LB RB, want de twee RO's vallen weg. Rij 4 klopt ook.
- Rij 3: LO + ? + LB RB moet RB LO RO worden. Het onbekende vakje heeft dus LB nodig (om de LB uit kolom 3 weg te strepen) en RO.
4. Matrix in Culture-Fair-stijl (rechtsonder ontbreekt)
Elk vakje bevat een cirkel met een vulling (Z zwart, W wit, G grijs, S gestreept) en een pijl erin.
kolom 1 kolom 2 kolom 3 kolom 4 rij 1 Z ↑ W → G ↓ S ← rij 2 W → G ↑ S ← Z ↓ rij 3 G ↓ S ← Z ↑ W → rij 4 S ← Z ↓ W → ?
Opties: A G↓ · B G↑ · C W↑ · D S↑ · E G→ · F G← · G Z↑ · H G↑ met een extra ring
Antwoord: B (grijs, pijl omhoog).
- Vulling: elke vulling komt één keer per rij en per kolom voor. Rij 4 mist grijs.
- Pijl: in rij 1 en 3 draait de pijl per vakje 90° met de klok mee. In rij 2 en 4 draait hij tegen de klok in (→ ↑ ← ↓). Rij 4 loopt ← ↓ →, dus de volgende pijl is ↑.
- H voegt een nieuw element toe en valt af.
5. Figuurreeks: welk plaatje komt hierna?
Elk plaatje is een vierkant met een stip in één hoek, een lijn door het midden en één gearceerd kwart.
| Plaatje | Stip | Lijn | Gearceerd kwart |
|---|---|---|---|
| 1 | linksboven | horizontaal | rechtsonder |
| 2 | rechtsboven | verticaal | rechtsboven |
| 3 | rechtsonder | horizontaal | linksboven |
| 4 | linksonder | verticaal | linksonder |
| 5 | ? | ? | ? |
Opties: A linksboven / horizontaal / rechtsonder · B linksboven / verticaal / rechtsonder · C rechtsboven / horizontaal / rechtsonder · D linksboven / horizontaal / linksonder · E linksonder / horizontaal / linksboven
Antwoord: A.
- De stip schuift met de klok mee, terug naar linksboven.
- De lijn wisselt af, dus plaatje 5 is horizontaal.
- De arcering schuift tegen de klok in (rechtsonder → rechtsboven → linksboven → linksonder → rechtsonder).
Plaatje 5 is gelijk aan plaatje 1: met cycli van 4 en 2 herhaalt de reeks zich elke vier plaatjes.
6. Bouw het volgende plaatje
Werkbalk: driehoek, cirkel, vierkant, boog. Patronen: blauwe stippen, gele strepen, groene ruitjes, paarse strepen, oranje blokjes.
- Plaatje 1: kleine driehoek met blauwe stippen linksboven, punt omhoog. Middelgrote cirkel met gele strepen in het midden.
- Plaatje 2: de driehoek middenboven, 45° met de klok mee gedraaid. De cirkel heeft nu groene ruitjes.
- Plaatje 3: de driehoek rechtsboven, punt naar rechts. De cirkel heeft weer gele strepen.
Bouw plaatje 4: een kleine driehoek met blauwe stippen rechts in het midden, punt naar rechtsonder (nog een draai van 45°), en een middelgrote cirkel met groene ruitjes in het midden.
- De driehoek schuift één positie met de klok mee langs de rand en draait per stap 45°.
- De cirkel wisselt tussen twee patronen en houdt zijn grootte.
- Controleer elk kenmerk voordat je bevestigt: één verkeerde draaiklik kost je de opgave.
Valkuilen en hoe je ze vermijdt
- Afleiders met één vakje of één stip verschil. In elk format verschillen de foute opties meestal in één vakje, hoekstip of pijl van het goede antwoord. Controleer je keuze op elke regel, niet alleen op de eerste die je vond.
- Opvallende maar irrelevante kenmerken. Een felle kleur zit vaak in de voorbeelden én in de afleiders. Bij kies-twee-roosters ontmaskert de eis "precies twee" zulke lokkers.
- Rijen versus kolommen. Een set kan in de kolommen zitten, en een matrix kan per rij en per kolom een andere regel hebben. Bij eligo zit het ontbrekende vakje bovendien niet altijd rechtsonder.
- Optellen versus XOR versus doorsnede. Test alle drie op een volledige rij; het verschil is vaak één element.
- Rotatie bij bouwpuzzels. De werkbalk toont vormen in hun standaardstand, dus de meeste antwoorden vragen draaiklikken.
- Antwoorden onder de vouw. Scroll aan het begin één keer zodat alle opties op het scherm passen.
- Een minuut besteden aan een opgave van 6 seconden. Sla bij snelheidsformats de zeldzame lastige opgave over.
Abstract redeneren oefenen: plan van een week
Ongeveer 5 uur in totaal:
| Dag | Focus |
|---|---|
| 1 | Regelchecklist leren; 20 opgaven zonder tijd, telkens de regel benoemen |
| 2 | Kies-twee-roosters: eerst aantal, dan positie; doel 8 s, daarna 6 s |
| 3 | Matrices: optellen / XOR / doorsnede op hele rijen en kolommen; doel 45–60 s |
| 4 | Figuurreeksen en rotatie: 45°/90°, wisselende richting, cycli van 2, 3 en 4 |
| 5 | Bouwpuzzels: elk kenmerk van plaatje 4 opschrijven voordat je bouwt |
| 6–7 | Gemengde getimede sets in jouw format, dan één volledige proeftest |
Tijddoelen: kies-twee-roosters ongeveer 6 s · eligo-matrices onder 60 s · Culture-Fair-matrices ongeveer 40 s · bouwpuzzels tot ongeveer 75 s voor de moeilijkste. Gebruik een laptop met muis en een groot venster, en kladpapier met één regel per kenmerk.
Bronnen
- Aon Assessment helpcentrum, overzicht capaciteitentests (scales clx 6 min; scales ix vreemde eend, 5 min; switchChallenge als deductieve taak): https://aonassessment.deskpro.com/en-US/kb/articles/evne-og-ferdighetstester
- Aon, Candidate Guide on Aon Assessments (scales cls: tabellen met letters en cijfers in twee categorieën sorteren, 12 opgaven in 12 minuten): https://computing.smu.edu.sg/sites/scis.smu.edu.sg/files/2023-07/Candidate%20Guide%20on%20Aon%20Assessments%20for%20SMU%20Admissions%20Test.pdf
- GITP, oefentesten (figuurreeksen, cijferreeksen en matrixen in de cognitieve capaciteitentest)

MSc Psychologie, 7 jaar tests maken.
Laatst bijgewerkt: Oct 1, 2026