SMASHMYTEST
InloggenKies je pakket
Gids

Cijferreeksen oefenen: uitleg en methode

Cijferreeksen oefenen voor je capaciteitentest: alle regeltypen, een vaste methode in zes stappen en 16 eigen cijferreeksen met oplossingen en uitleg.

Bij cijferreeksen zie je een korte rij getallen die volgens een verborgen regel is opgebouwd. Je moet het volgende getal geven, een ontbrekend getal in het midden invullen of het getal vinden dat niet past. Cijferreeksen zijn een vast onderdeel van Nederlandse capaciteitentests, naast figuurreeksen en matrices, en ze zitten ook in internationale numerieke en algemene tests van aanbieders als TestGorilla, Criteria en Wonderlic. Per reeks heb je meestal 20 tot 60 seconden. Hieronder lees je welke regeltypen voorkomen en hoe je met een vaste methode in zes stappen elke regel snel vindt, en je kunt meteen cijferreeksen oefenen met 16 eigen reeksen met uitgewerkte oplossingen.

Formats en tijden verschillen per aanbieder, werkgever en versie. Kijk dus op het instructiescherm: soms kies je uit opties, soms typ je het getal zelf in.

Kernfeiten

Ook genoemd
getallenreeksen, getalreeksen, number series, Zahlenreihen
Aanbieders
cyquest, TestGorilla, Criteria CCAT, Wonderlic
Vraagvormen
volgende, ontbrekend of afwijkend getal; soms de n-de term
Antwoordvorm
meerkeuze met 4 of 5 opties, of vrije invoer
Tijd
verschilt per test; 20–40 s per reeks, tot 1 min in gemengde tests
Getallen
meestal gehele getallen; soms decimalen en breuken
Rekenmachine
in algemene tests vaak niet toegestaan; verboden bij de CCAT
Adaptief
sommige algemene tests wel; losse reeksenblokken meestal vast

Een notitie over notatie: in deze gids staan de getallen van een reeks gescheiden door puntkomma's, omdat de komma in het Nederlands het decimaalteken is. 0,5; 1,5; 4,5 zijn dus drie getallen.

Cijferreeksen uitleg: de regeltypen die je tegenkomt

Bijna elke reeks in selectietests is gebouwd uit een klein aantal regels, los of gecombineerd:

RegeltypeVoorbeeldZo herken je het
Vast verschil12; 19; 26; 33 (+7)Alle verschillen zijn gelijk
Vaste factor3; 12; 48; 192 (×4)Elke term is een vast veelvoud van de vorige
Afwisselende bewerkingen+5, −2, +5, −2De reeks zigzagt omhoog of omlaag
Cyclus van drie of vier bewerkingen×2, +6, ÷2, opnieuwGrote sprongen keren elke derde of vierde stap terug
Verschillen van de tweede ordeverschillen 3; 5; 7; 9De verschillen vormen zelf een simpele reeks
Twee verweven reeksenoneven posities +3, even posities −4Twee eenvoudige reeksen wisselen elkaar af
Groeiende operand×1, ×2, ×3 of +1, +2, +4, +8De bewerking blijft gelijk, het getal waarmee je rekent groeit
Kwadraten, derdemachten, priemgetallen4; 9; 16; 25 en 2; 3; 5; 7; 11De termen zijn bekende getallen, soms ±1
Som van vorige termen2; 3; 5; 8; 13Elke term is de som van de twee ervoor

Moeilijke cijferreeksen combineren twee van deze regels, bijvoorbeeld een afwisselende bewerking waarbij één operand groeit, of een cyclus met een deling erin. Zien de verschillen er chaotisch uit, dan zit er meestal een verborgen ×2, ×3 of ÷2 in.

Cijferreeksen oplossen in zes stappen

Werk elke reeks in dezelfde volgorde af. Een vaste routine is sneller dan willekeurig ideeën proberen.

  1. Schrijf de verschillen onder de reeks, met plus- en minteken. Zijn ze gelijk, regelmatig stijgend of terugkerend, dan ben je klaar.
  2. Neem de verschillen van de verschillen. Is die tweede rij constant, dan heb je een reeks van de tweede orde.
  3. Controleer factoren als de termen ongeveer ×2 of ×3 springen of halveren. Vermenigvuldigen en delen zitten in veel cycli verstopt.
  4. Zoek een cyclus. Vergelijk stap 1 met stap 3 en stap 4. Keert dezelfde bewerking terug, tel dan waar je in de cyclus zit voor de volgende term.
  5. Splits de reeks. Lees posities 1, 3, 5, 7 en daarna 2, 4, 6. Vaak zijn twee simpele reeksen verweven.
  6. Test de regel op elke term, niet alleen op de laatste drie. Een regel die maar een deel verklaart, klopt meestal niet.

Twee formules helpen bij opgaven als "wat is de 20e term?":

  • Rekenkundige reeks (vast verschil v, eerste term a): n-de term = a + (n − 1) × v. Voorbeeld: 7; 11; 15 … de 20e term is 7 + 19 × 4 = 83.
  • Meetkundige reeks (vaste factor r): n-de term = a × r^(n − 1). Voorbeeld: 3; 6; 12 … de 8e term is 3 × 2^7 = 384.

Cijferreeksen oefenen: 16 eigen reeksen

Alle reeksen zijn voor deze gids geschreven en term voor term gecontroleerd. Zet een timer op 8 minuten (ongeveer 30 seconden per reeks). Bij 1–12 en 16 zoek je het volgende getal; bij 13 en 14 een ontbrekend getal; bij 15 het getal dat niet past.

Nr.ReeksOpties (bij meerkeuze)
187; 80; 73; 66; 59; ?50 / 52 / 53 / 54
25; 9; 7; 11; 9; 13; ?11 / 15 / 12 / 17
32; 6; 18; 54; ?108 / 72 / 162 / 216
43; 5; 9; 15; 23; 33; ?43 / 45 / 47 / 44
54; 30; 7; 27; 10; 24; 13; ?16 / 21 / 22 / 20
65; 10; 7; 14; 11; 22; ?19 / 44 / 25 / 17
72; 5; 10; 17; 26; 37; ?48 / 49 / 50 / 52
82; 3; 5; 7; 11; 13; ?15 / 16 / 17 / 19
91; 4; 5; 9; 14; 23; ?32 / 37 / 36 / 41
105; 10; 16; 8; 16; 22; 11; ?17 / 22 / 5,5 / 28
113; 3; 6; 18; 72; ?144 / 288 / 360 / 216
12200; 199; 196; 187; 160; ?79 / 133 / 106 / 81
136; 11; ?; 30; 44vrije invoer
140,5; 1,5; ?; 13,5; 40,5vrije invoer
15Welk getal past niet? 3; 7; 15; 31; 62; 127vrije keuze
16Omzet van een fictieve bakkerij (× € 1.000), jaar 1 t/m 7: 12; 14; 13; 15; 14; 16; 15. Jaar 8?vrije invoer

Cijferreeksen oplossingen en uitwerking

1. Antwoord: 52. Vast verschil −7: 59 − 7 = 52. De opwarmer. Koos je 53, dan trok je 6 af; schrijf de verschillen op in plaats van te schatten.

2. Antwoord: 11. Afwisselend +4 en −2: 5 → 9 → 7 → 11 → 9 → 13 → 11. De laatste stap was +4, dus nu −2. De valoptie 17 gaat door met +4.

3. Antwoord: 162. Vaste factor ×3: 54 × 3 = 162. Ook de verschillen (4; 12; 36) verdrievoudigen, het kenmerk van een meetkundige reeks.

4. Antwoord: 45. Verschillen: 2; 4; 6; 8; 10. Het volgende verschil is 12: 33 + 12 = 45. Tweede orde: de verschillen stijgen telkens met 2.

5. Antwoord: 21. Twee verweven reeksen. Oneven posities: 4; 7; 10; 13 (+3). Even posities: 30; 27; 24 (−3). De 8e term staat op een even positie: 24 − 3 = 21.

6. Antwoord: 19. Afwisselend ×2 en −3: 5 → 10 → 7 → 14 → 11 → 22 → 19. De laatste stap was ×2, dus nu −3. De val is 44 (nog een keer ×2).

7. Antwoord: 50. Kwadraten plus één: 1² + 1 = 2, 2² + 1 = 5, 3² + 1 = 10 … 7² + 1 = 50. De verschillen (3; 5; 7; 9; 11) geven als tweede-ordereeks hetzelfde antwoord, dus beide routes werken.

8. Antwoord: 17. Priemgetallen op volgorde. Na 13 komt 17 (15 = 3 × 5 en 16 zijn geen priemgetallen).

9. Antwoord: 37. Elke term is de som van de twee ervoor: 1 + 4 = 5, 4 + 5 = 9, 5 + 9 = 14, 9 + 14 = 23, 14 + 23 = 37. Vermoed deze regel als de verschillen eerdere termen herhalen (3; 1; 4; 5; 9).

10. Antwoord: 22. Cyclus van drie bewerkingen: ×2, +6, ÷2. 5 × 2 = 10, + 6 = 16, ÷ 2 = 8, × 2 = 16, + 6 = 22, ÷ 2 = 11, × 2 = 22. De verschillen (+5; +6; −8; +8; +6; −11) lijken willekeurig; de halvering van 16 naar 8 verraadt de cyclus.

11. Antwoord: 360. Groeiende factor: ×1, ×2, ×3, ×4, dan ×5. 72 × 5 = 360. De herhaalde 3 aan het begin is de hint dat de eerste factor 1 is.

12. Antwoord: 79. Verschillen: −1; −3; −9; −27. Elk verschil is drie keer het vorige, dus nu −81: 160 − 81 = 79. Optie 133 gaat door met −27, een veelgemaakte fout.

13. Antwoord: 19. Werk vanaf de bekende stappen. 44 − 30 = 14. Stijgen de verschillen met 3, dan zijn ze 5; 8; 11; 14: 6 + 5 = 11, 11 + 8 = 19, 19 + 11 = 30, 30 + 14 = 44. Elke term klopt.

14. Antwoord: 4,5. Vaste factor ×3: 0,5 × 3 = 1,5, × 3 = 4,5, × 3 = 13,5, × 3 = 40,5. Decimalen veranderen de regels niet.

15. Antwoord: 62. De regel is "verdubbel en tel er één bij op": 3 → 7 → 15 → 31 → 63 → 127. De vijfde term zou 63 moeten zijn; 62 breekt het patroon. Zoek bij "welk getal past niet" de regel in de termen die wél kloppen en test dan elke term.

16. Antwoord: 17 (dus € 17.000). Afwisselend +2 en −1: 12 → 14 → 13 → 15 → 14 → 16 → 15. De laatste stap was −1, dus nu +2: 15 + 2 = 17. Het verhaaltje over omzet is decor: je hebt geen financiële kennis nodig. Typ bij vrije invoer alleen het getal in de gevraagde eenheid (17, niet 17.000), tenzij de instructie iets anders zegt.

Zo scoor je jezelf: 15–16 goed in 8 minuten betekent dat je klaar bent. 11–14: de regeltypen zitten erin, de snelheid nog niet; herhaal de methode op nieuwe reeksen. Onder de 11: ga terug naar de zes stappen en oefen zonder tijd tot elke stap automatisch gaat.

Valkuilen en hoe je ze vermijdt

  • Stoppen bij de verschillen. Veel reeksen bevatten een ×2 of ÷2 in een cyclus (reeks 6 en 10). Controleer factoren als de sprongen groot zijn.
  • De draad kwijtraken in een cyclus. Schrijf de bewerking boven elke pijl en tel welke stap nu komt.
  • De optie "herhaal de laatste stap" (reeks 2, 6 en 12). Komt jouw antwoord daarmee overeen, controleer de cyclus.
  • Er één naast zitten bij de n-de term. De 20e term telt 19 verschillen op, niet 20.
  • Tikfouten bij vrije invoer. Lees het getypte getal na, en let op komma of punt als de test Engelstalig is.
  • Te lang blijven hangen. Zie je na ongeveer 40 seconden geen regel, kies dan de waarschijnlijkste optie en ga door.

Zo bereid je je voor

Vijf dagen, 30 minuten per dag:

DagFocus
1Leer de tabel met regeltypen. 15 makkelijke reeksen (vast verschil, factor, afwisselend) zonder tijd
2Cycli met × en ÷: 15 reeksen, met de bewerking boven elke pijl
3Tweede orde, verweven reeksen, groeiende operand en som van vorige termen: 15 reeksen
4Gemengde set van 15 in 8 minuten, daarna elke fout per regeltype bekijken
5Een tweede getimede set; doel 13 of meer goed met een minuut over

Getallen die tijd besparen: kwadraten tot 20² (400), derdemachten tot 10³ (1.000), priemgetallen tot 50, machten van 2 tot 2¹⁰ (1.024) en machten van 3 tot 3⁶ (729). Wie 343 herkent als 7³ of 729 als 3⁶, maakt van een moeilijke reeks een makkelijke.

Op de testdag: leg pen en papier klaar en lees vóór de eerste opgave of de test meerkeuze of vrije invoer heeft.

Bronnen

Portret van Adrian, die tests maakt bij SmashMyTest
Geschreven door
Adrian, specialist

MSc Psychologie, 7 jaar tests maken.

Laatst bijgewerkt: Oct 1, 2026

FAQ · 6 korte antwoorden

Vragen, beantwoord.

Staat je vraag er niet bij? Mail me op hello@smashmytest.com en ik kom erop terug.

Klaar wanneer jij dat bent.

Smash my test