Bij een test numeriek redeneren beantwoord je onder tijdsdruk vragen bij tabellen, grafieken en korte rekenproblemen: percentages, verhoudingen, gemiddelden, eenheden en groei. Het is een vast onderdeel van vrijwel elke capaciteitentest, bij traineeships, banken, consultancy, logistiek en de overheid. Meestal krijg je 12 tot 30 meerkeuzevragen in 10 tot 36 minuten, al registreren sommige tests je tijd in plaats van die te begrenzen. Deze gids laat elk format zien uit echte tests van 2026 (SHL, TestGorilla, Cappfinity en Applied), de valkuilen die ze moeilijk maakten, en 12 eigen oefenvragen met uitwerking, zodat je direct numeriek redeneren kunt oefenen.
Kernfeiten: de formats vergeleken
| Test | Opgaven / tijd | Opties | Navigatie | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|---|
| SHL General Ability, gemengde opgaven | 30 opgaven in 36 min, alle typen door elkaar | 5 | Alleen vooruit | Scrolltabellen; één dataset voor 2 opgaven |
| TestGorilla Numerical Reasoning | 12 opgaven in 10 min na 4 oefenopgaven | 4 | Alleen vooruit | Grafieken zonder waardelabels, zoomweergave |
| TestGorilla data literacy | 12 opgaven in 10 min na 4 oefenopgaven | 4–6, soms "Select all that apply" | Alleen vooruit | Formule kiezen, afgekapte assen, grafiektype |
| Cappfinity Numerical Reasoning | 12+ opgaven, tijd gemeten, minstens 20 min | 5, of antwoord typen | Niet terug | Stopwatch per opgave, tooltips, komma-notatie |
| Applied numerieke test | 18 opgaven in 30 min | 4–5 | Vorige / Volgende toegestaan | Tooltips, data sufficiency, foutcontrole |
De geziene tests waren Engelstalig; SHL biedt zijn numerieke oefentest ook in het Nederlands aan.
Zo zien tests numeriek redeneren eruit
1. Rekenproblemen (meerkeuze)
Een paar zinnen, één vraag, vier of vijf opties: percentage van een totaal, terugrekenen, twee onbekenden, werktempo of evenredig schalen. Ze gaan snel als je eerst de vergelijking opstelt.
2. Tabellen en grafieken
Het klassieke format: een tabel of grafiek en een vraag erover. Bij elke aanbieder gezien. Varianten: - Grafieken met of zonder labels: waarden op de staven (Cappfinity) of hoogtes aflezen tegen rasterlijnen (TestGorilla), met een zoomicoon. - Interactieve grafieken met tooltips die de exacte waarde pas tonen als je erop wijst (Applied, Cappfinity). Bij opties die dicht bij elkaar liggen heb je de tooltip nodig. - Figuren onder de vouw: de instructie zegt dat je moet scrollen om alle figuren te zien. Tabellen die zijwaarts scrollen verbergen hun laatste kolom. - Eén dataset, twee vragen: dezelfde tabel komt terug bij een tweede opgave.
3. Andere vraagvormen
- Data literacy: je kiest de juiste formule of beoordeelt een bewering over een grafiek ("Select all that apply"). TestGorilla deed dit als aparte test van 10 minuten.
- Stap- en procesberekeningen: een dagtarief met korting op sommige dagen, of een proceslus waarbij je elke startwaarde test.
- Data sufficiency: vijf vaste opties ("Statement 1 alone is sufficient…", "Not sufficient together"), gezien bij Applied.
- Foutcontrole: twee kolommen vergelijken en de verschillen tellen. Zie attention to detail (Engelstalig).
- Cijferreeksen: in Nederlandse capaciteitentests vaak een apart onderdeel. Zie cijferreeksen oefenen.
Valkuilen met komma, punt en eenheden
Voor Nederlandse en Vlaamse kandidaten draait de bekende valkuil om: jij bent de decimale komma gewend, maar de meeste numerieke tests voor starters zijn Engelstalig.
- Decimale punt in Engelstalige tests. "1,084.6" betekent in het Engels duizend vierentachtig komma zes, en "0.875" is nul komma achtzevenvijf. Lees je de komma als decimaalteken, dan maak je van 1,084.6 ongeveer één.
- Gemengde notatie in één opgave. In verschillende tests van 2026 gebruikten grafieklabels of tooltips continentale notatie ("2.418,6", "27,35") terwijl de antwoordopties Engelse notatie hadden, en één SHL-opgave mengde komma en punt in de opties. Herschrijf vóór het rekenen elk getal in één notatie.
- Eenheden in duizenden of miljoenen. Een kop "(€ k)" of "(× € 1.000)" maakt van een verschil van 240 € 240.000. De afleider met één nul te weinig staat er bijna altijd bij.
- Getypte antwoorden. "Two decimal places" in een Engelstalige test betekent 52.10, niet 52,1. Volg de notatie van de test zelf.
Misleidende assen
- Afgekapte y-as. Begint de as bij 80.000 in plaats van nul, dan kan een staaf die half zo hoog lijkt 3 % lager zijn. Lees altijd eerst het minimum van de as.
- Verkeerd gelabelde rasterlijnen. Eén TestGorilla-grafiek had een label dat het patroon van de as brak. Bepaal de stapgrootte uit twee kloppende labels.
- Twee assen of procentuele verandering. Kijk welke reeks bij welke as hoort, en onthoud dat een grafiek van "verandering ten opzichte van vorige maand (%)" geen grafiek van niveaus is.
Numeriek redeneren oefeningen: 12 vragen met uitwerking
1. Rekenprobleem, percentage van een totaal. Drie klantcontactcentra krijgen 1.200, 1.800 en 3.000 gesprekken per dag. Het kwaliteitsteam van elk centrum beluistert 60 gesprekken per dag. Welk percentage van alle gesprekken wordt beluisterd? 1,00 % / 3,00 % / 3,33 % / 3,44 % / 5,00 %
Antwoord: 3,00 %. Beluisterd: 3 × 60 = 180. Totaal: 6.000. 180 ÷ 6.000 = 3 %. Het gemiddelde van de drie percentages per centrum (5 %, 3,33 % en 2 %) geeft de valoptie 3,44 %; één team gebruiken geeft 1 %.
2. Tabel, terugrekenen. Omzet dit jaar en groei ten opzichte van vorig jaar: regio Noord € 6,12 mln (+2 %), regio Oost € 4,83 mln (+15 %), regio Zuid € 3,50 mln (−12,5 %). Hoeveel was de omzet van Noord vorig jaar hoger dan die van Zuid? € 2,62 mln / € 2,00 mln / € 1,29 mln / € 2,15 mln
Antwoord: € 2,00 mln. Vorig jaar Noord = 6,12 ÷ 1,02 = 6,00; Zuid = 3,50 ÷ 0,875 = 4,00. Verschil 2,00. Met de cijfers van dit jaar krijg je 2,62.
3. Engelse notatie in tooltips. In een Engelstalige test toont de grafiek van de kosten bij hoveren januari "1,084.6", februari "947.2" en maart "1,102.0" (€). Wat zijn de totale kosten in het eerste kwartaal? € 949,39 / € 3.133,80 / € 2.186,60 / € 3.138,80
Antwoord: € 3.133,80. Herschrijf: 1.084,6 + 947,2 + 1.102,0 = 3.133,8. Wie "1,084.6" en "1,102.0" leest als 1,0846 en 1,102, krijgt de valoptie 949,39; € 2.186,60 laat februari weg.
4. Afgekapte as. Een kolomgrafiek van wekelijkse bezoekers heeft een y-as van 480 tot 530. Week 1 is 500 en week 10 is 520, dus de staaf van week 10 lijkt twee keer zo hoog. Welke uitspraak klopt? Het aantal bezoekers is verdubbeld / Het aantal bezoekers steeg met 4 % / Het aantal bezoekers steeg met 40 % / Het aantal bezoekers steeg met 20 procent
Antwoord: Het aantal steeg met 4 %. 520 ÷ 500 = 1,04. De staafhoogtes boven 480 (20 en 40) wekken de illusie van een verdubbeling.
5. Uren en minuten. Fabriek A draaide 5 u 40 min en maakte 13.430 stuks; fabriek B draaide 6 u 00 min en maakte 14.520 stuks; fabriek C draaide 4 u 15 min en maakte 10.370 stuks. Welke fabriek was het minst efficiënt? Fabriek A / Fabriek B / Fabriek C / A en C zijn gelijk
Antwoord: Fabriek A. Zet minuten om in uren: 5 u 40 min = 5,667 u, dus A = 13.430 ÷ 5,667 = 2.370 stuks per uur. B = 14.520 ÷ 6 = 2.420. C: 4 u 15 min = 4,25 u, dus 10.370 ÷ 4,25 = 2.440. Wie 5 u 40 leest als 5,40 u en 4 u 15 als 4,15 u, krijgt voor A ongeveer 2.487 en voor C 2.499, en komt uit bij B: dat is de val.
6. Data sufficiency. Een team heeft 40 mensen, elk voltijds of deeltijds. Welk percentage werkt deeltijds? (1) Er werken 12 mensen meer voltijds dan deeltijds. (2) De helft van het team is vrouw, en 35 % van de vrouwen werkt deeltijds.
Antwoord: Uitspraak 1 alleen is voldoende, uitspraak 2 alleen niet. Uit (1): V + D = 40 en V − D = 12, dus D = 14, en dat is 35 %. Uitspraak (2) zegt niets over de mannen en legt het totaal dus niet vast. De gelijke 35 % in (2) is een lokker.
7. Samengestelde groei. Een fonds bevat € 12.500 en groeit drie jaar lang met 4 % per jaar. Wat is het aan het eind waard, afgerond op hele euro's? € 14.000 / € 14.061 / € 13.520 / € 14.623
Antwoord: € 14.061. 12.500 × 1,04³ = 12.500 × 1,124864 = 14.060,80. Wie 3 × 4 % = 12 % optelt, krijgt de valoptie € 14.000 (enkelvoudige rente).
8. Data literacy, formule kiezen. De kantoorhuur is € 5.000 per maand. Vanaf 1 april stijgt die met 3 %. Welke berekening geeft de huur voor het kalenderjaar? 5.000 × 1,03 × 12 / 5.000 × 3 + 5.000 × 1,03 × 9 / 5.000 × 0,03 × 12 / 5.000 × 12 + 0,03
Antwoord: 5.000 × 3 + 5.000 × 1,03 × 9 = 15.000 + 46.350 = € 61.350. Januari tot en met maart gelden tegen het oude tarief. De eerste optie (€ 61.800) gaat ervan uit dat de verhoging in januari begint.
9. Meerdere figuren met een afleider. Figuur 1 (een lijngrafiek) toont exportwaarden in € miljoen voor land X en land Y; bij hoveren over 2025 zie je X "38,6" en Y "12,4". Figuur 2, onder de vouw, vermeldt "Wisselkoers: 1 € = 1,08 US$". Wat was de gezamenlijke export van beide landen in 2025, in € miljoen? 51,0 / 52,0 / 55,1 / 50,1 / Geen van deze
Antwoord: 51,0. Beide reeksen staan al in euro: 38,6 + 12,4 = 51,0. De wisselkoers is een afleider: alleen Y omrekenen geeft 52,0, het totaal omrekenen geeft 55,1.
10. Cijferreeks. 5; 8; 14; 26; 50; ? 74 / 86 / 98 / 100
Antwoord: 98. Elke term is het dubbele van de vorige min 2: 50 × 2 − 2 = 98. De verschillen (3; 6; 12; 24; 48) verdubbelen ook.
11. Foutcontrole. Vergelijk de twee kolommen en tel de rijen die niet overeenkomen.
Rij Kolom A Kolom B 1 KX-4471-B KX-4471-B 2 PL-0938-A PL-0938-A 3 MT-5620-C MT-5602-C 4 RD-1184-D RD-1184-D 5 ZN-7719-A ZN-7719-A 6 HB-3305-E HB-3305-F 7 QC-8862-B QC-8862-B 8 WF-2047-C WF-2047-C
1 / 2 / 3 / 4
Antwoord: 2. In rij 3 zijn twee cijfers verwisseld (5620 tegenover 5602) en in rij 6 is de laatste letter anders (E tegenover F). Controleer rij voor rij met de cursor als aanwijzer.
12. Proceslus. Stap 1: vermenigvuldig met 3. Stap 2: ligt de uitkomst onder 40, ga terug naar stap 1; anders naar stap 3. Stap 3: trek er 10 af. Stap 4: deel door 2. Welke startwaarde geeft de grootste uitkomst? 1 / 2 / 3 / 4 / 5
Antwoord: 4. Loop elke waarde door: 1 → 3 → 9 → 27 → 81 → 35,5; 2 → 6 → 18 → 54 → 22; 3 → 9 → 27 → 81 → 35,5; 4 → 12 → 36 → 108 → 49; 5 → 15 → 45 → 17,5. Het grootste startgetal (5) is de val: dat verlaat de lus het vroegst, op een lage waarde.
Valkuilen die echte opgaven moeilijk maakten
- Voorwaarden voor een deel van de data: korting alleen op de eerste vijf dagen, een prijswijziging na de prognose.
- Verkeerde rij of kolom: afdeling of bedrijf, prognose of realisatie, vorig jaar of dit jaar.
- Verwisselde cijfers en verhoudingen: 47,15 % naast 41,75 %, of zowel 1:2 als 2:1. Vergelijk cijfer voor cijfer.
- Terug- versus vooruitrekenen: na een stijging van 15 % deel je door 1,15; je vermenigvuldigt niet met 0,85.
- Bijna-gelijke waarden: twee waarden binnen 1 % van elkaar; schat eerst, maar reken exact voordat je kiest.
- Gebrekkige opgaven: past na een tweede lezing geen enkele optie, kies dan de dichtstbijzijnde en ga verder.
Tempotechnieken
- Lees de vraag vóór de data en zoek daarna alleen de getallen die je nodig hebt.
- Schrijf de eenheid naast elk getal dat je noteert (€ k, %, uren).
- Schat, reken dan. Een ruw antwoord schrapt twee of drie opties.
- Gebruik breukankers: 1/8 = 12,5 %, 1/6 = 16,7 %, 3/8 = 37,5 %, 5/8 = 62,5 %, 7/8 = 87,5 %.
- Tijdvakken. Deel de tijd door het aantal opgaven (10 min / 12 ≈ 50 s) en gok bij 1,5 keer dat budget.
- Eerst hoveren en scrollen. Verzamel alle tooltipwaarden en scroll naar het eind van het paneel voordat je rekent.
Numeriek redeneren oefenen: plan
Twee weken, 30 minuten per dag, of één intensieve week met een uur per dag.
| Fase | Wat je doet |
|---|---|
| Dag 1–3 | Hoofdrekenen: percentages, breukankers, groei; 20 korte opgaven per dag |
| Dag 4–7 | Tabellen en grafieken, eerst zonder tijd, dan 90 s per opgave; Engelse notatie en € k omzetten |
| Dag 8–10 | Gemengde sets in het format van jouw aanbieder (zie de gidsen hieronder) |
| Dag 11–13 | Volledige getimede proeftests; elke fout per type valkuil noteren |
| Dag 14 | Lichte herhaling en je opstelling klaarzetten |
Opstelling. Een laptop of desktop met groot scherm, een rekenmachine als die mag, pen en papier. Zet vertaalextensies uit: die kunnen getallen op de pagina veranderen.
Bronnen
- SHL, oefentests in het Nederlands (verbaal en numeriek)
- TestGorilla, Numerical Reasoning test (vraagtypen, 10 min)
- AssessmentDay, numerieke tests in Cappfinity-stijl (tijd geregistreerd; kiezen, invullen en rangschikken)

MSc Psychologie, 7 jaar tests maken.
Laatst bijgewerkt: Oct 1, 2026