SMASHMYTEST
InloggenKies je pakket
Gids

Watson Glaser test 2026: onderdelen, tijd en oefenvragen

Watson Glaser test oefenen: de vijf onderdelen met hun antwoordopties, 40 vragen in 30 minuten, de Nederlandse versie en eigen oefenvragen met uitwerking.

De Watson Glaser test (voluit Watson-Glaser Critical Thinking Appraisal) is een test voor kritisch denken van Pearson TalentLens. De huidige versie, Watson-Glaser III, heeft 40 vragen in 30 minuten verdeeld over vijf onderdelen: inferentie, herkennen van aannames, deductie, interpretatie en evalueren van argumenten. De test bestaat ook in het Nederlands, en TalentLens heeft een gratis oefentest in het Engels en het Nederlands. Hieronder lees je per onderdeel wat je moet doen, en oefen je met eigen vragen.

Kerngegevens

Watson-Glaser III (huidig)
Vragen
40
Tijd
30 min; 30–40 min inclusief instructies
Vragenkeuze
Uit een itembank; vragen kunnen verschillen
Antwoordopties
5 bij inferentie, 2 bij elk ander onderdeel
Rapportage
Totaalpercentiel plus drie RED-gebieden
Talen
Getimed: Engels, Spaans, Frans, Nederlands
Oudere vormen
Vragen
80 (Forms A en B)
Tijd
55 of 60 min; bronnen verschillen
Vragenkeuze
Vaste vormen
Antwoordopties
Idem
Rapportage
Wisselt
Talen
Wisselt

Wat je in de Watson Glaser test ziet

Elke vraag geeft een korte tekst en één of meer stellingen die je alleen op basis van de tekst beoordeelt. Je neemt de tekst als waar aan, ook als die botst met wat je weet. De labels hieronder zijn die van de Engelse versie met een vertaling. TalentLens publiceert de Nederlandse labels niet openbaar (de officiële Nederlandse oefentest vraagt een account); oefensites gebruiken de vertalingen hieronder. Controleer de exacte woorden op je scherm.

OnderdeelWat je beoordeeltAntwoordopties (Engels)
InferentieHoe waarschijnlijk is de stelling, gegeven de feiten?True / Probably true / Insufficient data / Probably false / False (waar, waarschijnlijk waar, onvoldoende gegevens, waarschijnlijk onwaar, onwaar)
AannamesNeemt de uitspraak dit als vanzelfsprekend aan?Assumption made / Assumption not made
DeductieVolgt de conclusie noodzakelijk uit de premissen?Conclusion follows / Conclusion does not follow
InterpretatieVolgt de conclusie buiten redelijke twijfel uit de gegevens?Conclusion follows / Conclusion does not follow
Argumenten evaluerenIs het argument sterk (belangrijk en direct relevant) of zwak?Strong argument / Weak argument

Deductie en interpretatie delen labels maar niet de maatstaf. Deductie is strikte logica. Interpretatie staat een redelijke lezing van cijfers toe (aandelen, totalen, vergelijkingen), maar nooit een sprong naar oorzaken.

Rapportage. Het rapport geeft een percentiel tegen een normgroep plus drie gebieden (het RED-model): aannames herkennen, argumenten evalueren en conclusies trekken (inferentie, deductie en interpretatie samen). Werkgevers kiezen normgroep en grens. In het VK is de test vooral bekend van de werving door grote commerciële advocatenkantoren, vaak samen met een situational judgement test.

Watson Glaser oefenen: eigen vragen

Alle vragen zijn voor deze gids geschreven. Beoordeel ze alleen op basis van de tekst.

Inferentie

Tekst. In april verving de gemeente Rivierstad haar 25 oude deelfietsstations door 40 nieuwe. Van april tot en met september werden er gemiddeld 2.600 fietsen per dag gehuurd, tegen 1.900 per dag in dezelfde maanden een jaar eerder. In een enquête onder 500 huurders zei 70 % de fiets voor woon-werkverkeer te gebruiken.

  1. Er werden van april tot september meer fietsen per dag gehuurd dan een jaar eerder.
  2. Sommige huurders na april hadden nooit een fiets van het oude netwerk gehuurd.
  3. De nieuwe stations zijn betaald met een rijkssubsidie.
  4. Elk station werd gemiddeld vaker per dag gebruikt dan vóór de wijziging.

Antwoorden: 1 waar, 2 waarschijnlijk waar, 3 onvoldoende gegevens, 4 onwaar. - 1 staat er: 2.600 tegen 1.900. - 2: 700 extra verhuringen per dag maken nieuwe gebruikers waarschijnlijk, maar dezelfde mensen kunnen ook vaker huren. - 3: financiering wordt niet genoemd. - 4: 2.600 ÷ 40 = 65 per station nu, tegen 1.900 ÷ 25 = 76 eerder. De cijfers spreken de stelling tegen.

Tekst 2. Een softwarebedrijf met 800 medewerkers bood een vrijwillige vierdaagse werkweek aan tegen 90 % salaris; 120 medewerkers deden mee. Het personeelsverloop daalde dat jaar van 14 % naar 9 %; onder vierdagers was het 3 %.

Stelling: het verloop onder medewerkers die vijf dagen bleven werken, lag onder 3 %.

Antwoord: onwaar. Het bedrijfsgemiddelde van 9 % ligt tussen de twee groepen in, dus de vijfdagers zitten boven 9 %. Grof: 9 % van 800 = 72 vertrekkers, van wie ongeveer 4 vierdagers, dus ongeveer 68 van 680 = 10 %.

Herkennen van aannames

Uitspraak. "We moeten onze webshop in het Duits vertalen. Dan stijgt onze verkoop in Duitsland."

  1. Sommige potentiële klanten in Duitsland kopen eerder in een Duitstalige webshop.
  2. Klanten in Duitsland kunnen onze producten bestellen en ontvangen.
  3. In Duitsland wordt alleen Duits gesproken.

Antwoorden: 1 gemaakt, 2 gemaakt, 3 niet gemaakt. Meer verkoop vereist dat de taal voor sommige kopers uitmaakt (1) en dat je überhaupt aan hen kunt verkopen (2). Duits hoeft alleen breed begrepen te worden, niet de enige taal te zijn (3).

Deductie

Premissen. Als de zending vóór vrijdag binnen is, gaat de lancering maandag door. De lancering ging maandag niet door.

  1. De zending was niet vóór vrijdag binnen.
  2. De lancering is uitgesteld vanwege de zending.
  3. Als de lancering maandag was doorgegaan, was de zending vóór vrijdag binnen geweest.

Antwoorden: 1 volgt, 2 volgt niet, 3 volgt niet. Was de zending binnen geweest, dan was de lancering doorgegaan (1). De zending was laat, maar hoeft niet de reden te zijn (2). Stelling 3 draait de voorwaarde om: aankomst garandeert de lancering, de lancering vereist geen aankomst.

Interpretatie

Tekst. Een sportschoolketen had in 2024 12.000 nieuwe leden, van wie 18 % binnen drie maanden opzegde. In 2025 voerde ze een gratis introductieles in; er kwamen 15.000 nieuwe leden en 12 % zegde binnen drie maanden op.

  1. In 2025 zegden minder nieuwe leden binnen drie maanden op dan in 2024.
  2. De gratis introductieles verminderde vroege opzeggingen.
  3. Een groter aandeel nieuwe leden bleef in 2025 langer dan drie maanden.

Antwoorden: 1 volgt (18 % van 12.000 = 2.160; 12 % van 15.000 = 1.800), 2 volgt niet (volgorde in de tijd is geen oorzaak), 3 volgt (82 % tegen 88 %).

Argumenten evalueren

Vraag. Moeten universiteiten alle colleges opnemen en online zetten voor ingeschreven studenten?

  1. Ja. Studenten die ziek zijn of moeten werken, kunnen gemiste stof inhalen.
  2. Nee. De opkomst in de collegezaal daalt, en daarmee de kans om vragen te stellen en te discussiëren.
  3. Ja. Bijna alles staat tegenwoordig online.
  4. Nee. In de jaren negentig werd er nooit iets opgenomen, en die afgestudeerden deden het prima.

Antwoorden: 1 sterk, 2 sterk, 3 zwak, 4 zwak. Neem elk argument als waar aan en vraag: is het belangrijk en gaat het over dit voorstel? 1 en 2 noemen echte gevolgen voor het leren. 3 is een algemene uitspraak, 4 een beroep op het verleden. Twee tegengestelde argumenten kunnen allebei sterk zijn.

Valkuilen

  • Verstopte rekensommen. Vergelijkt een stelling verhoudingen, reken ze uit (per station, gewogen gemiddelde).
  • Grenzen tussen categorieën. "Waar" vraagt zekerheid; "waarschijnlijk onwaar" vraagt feiten die ertegen pleiten, anders is het "onvoldoende gegevens".
  • Deductie en interpretatie verwarren. Interpretatie accepteert een redelijke lezing van cijfers, nooit een oorzaak.
  • Omgedraaide voorwaarden. "Als A dan B" plus "niet B" geeft "niet A"; "B" geeft nooit "A".
  • Sterk is niet "eens". Beoordeel relevantie en gewicht, niet je eigen mening.
  • Tijd. Ongeveer 45 seconden per vraag; blijf niet twee minuten hangen.

Zo bereid je je voor op de Watson Glaser test

DagFocusTijd
1Gratis TalentLens-oefentest (in de taal van je echte test) zonder tijd; schrijf per antwoord één zin waarom60 min
2Inferentie: 40 stellingen; oefen de grenzen waar/waarschijnlijk waar en onvoldoende/waarschijnlijk onwaar45 min
3Aannames: 30 items; zeg bij elk "gemaakt" wat er misgaat als het niet klopt45 min
4Deductie: syllogismen en als-dan-ketens met kleine schetsjes (deductief redeneren, Engelstalig)45 min
5Interpretatie: teksten met snelle sommen (aandelen, totalen, gemiddelden)45 min
6Argumenten: 30 argumenten labelen als sterk of zwak, met reden45 min
7Volledige proef: 40 vragen in 30 minuten; benoem bij elke fout de valkuil60 min

Op de dag: één sessie, rustige ruimte, laptop in plaats van telefoon, kladpapier.

Bronnen

Portret van Adrian, die tests maakt bij SmashMyTest
Geschreven door
Adrian, specialist

MSc Psychologie, 7 jaar tests maken.

Laatst bijgewerkt: Oct 1, 2026

FAQ · 4 korte antwoorden

Vragen, beantwoord.

Staat je vraag er niet bij? Mail me op hello@smashmytest.com en ik kom erop terug.

Klaar wanneer jij dat bent.

Smash my test